Artikelen

Een ongepast cadeau

 

Waarom Erdogans cadeau op de NAVO-top volstrekt ongepast was.

Door Oswin Schneeweisz

Diplomatie kent een rijke traditie van symbolische cadeaus. Zo werd de Aziatische olifant Hansken in de zeventiende eeuw in 1632 vanuit Azië naar de Nederlanden verscheept, als geschenk voor prins Frederik Hendrik. Hierna werd het dier jarenlang tentoongesteld op  jaarmarkten en kermissen en reisde het door binnen- en buitenland. Niemand minder dan Rembrandt maakte in 1736 een schets van het majestueuze dier. Een olifant als staatscadeau dus. Al die cadeaus hadden een symbolische betekenis: ze bevestigde de vriendschap, riepen op tot nadere ontmoeting. Maar wat, in hemelsnaam, is de symbolische betekenis achter het cadeau dat Erdogan aan het slot van de NAVO-top gaf aan de wereldleiders: een pistool met zes kogels?

Vernietigend

Kogels zijn het symbool van snelheid, richting en dodelijke kracht en macht om over andermans leven te beslissen. De symboliek is vernietigend en zegt alles over ons tijdsgewricht. Het cynisme zit niet eens in de kogels zelf. Dat staten zich bewapenen is immers zo oud als de staat. En Erdogans gedachte achter het opmerkelijke cadeau had vermoedelijk te maken met promotie van de Turkse wapenindustrie en het uitdragen van Turkije als belangrijke militaire partner binnen de NAVO. Het cynisme zit vooral in de achteloosheid waarmee een dergelijk gebaar inmiddels de etiquette van internationale ontmoetingen is binnengedrongen. Alsof niemand nog de behoefte voelt de schijn op te houden dat vrede het hoogste doel is. De verpakking is nog fluweel, de inhoud zijn zes kogels en een pistool. Misschien is dat wel het meest verontrustende aan onze tijd: niet dat conflicten bestaan, maar dat we eraan gewend zijn geraakt. Oorlog is een livestream geworden. Explosies zijn content. Doden zijn statistiek. Wapenbeurzen trekken investeerders. Defensieaandelen zijn een verstandige belegging. En zelfs voor een cadeau met kogels halen we nauwelijks de wenkbrauwen op. Het voorwerp vertelt bovendien iets over leiderschap. Waar een goede staatsman poogt  geschiedenis te schrijven door oorlogen te beëindigen, lijkt de prestige van het staatsmanschap nu steeds vaker te worden ontleend aan militaire geloofwaardigheid. Wie de grootste afschrikking bezit, krijgt de meeste aandacht. De taal van de diplomatie verschuift van vertrouwen naar dreiging.

Normaal

Het laat misschien ook wel zie hoe wij, in onze gewelddadige tijd, vooruitgang zijn gaan definiëren. Met slimmere algoritmen, grotere arsenalen, hogere defensiebudgetten, meer drones. We noemen het veiligheid, maar in feite gaat het over superioriteit. Misschien moeten we ons dan ook niet afvragen waarom iemand zes kogels en een pistool weggeeft. De ongemakkelijkere vraag is waarom het zo goed past bij de tijdgeest dat het nauwelijks nog absurd lijkt. Een wijs man zei ooit: de Tweede Wereldoorlog is niet begonnen met bommen en granaten, maar in de hoofden van mensen die normaal gingen vinden wat niet normaal was.